Ondersteunde communicatie bij verstandelijk beperkten.

Als adviseur in dienst van KMD ben ik betrokken bij aanvragen van hulpmiddelen ter ondersteuning van de communicatie. Regelmatig betreft dit iemand met een verstandelijke beperking. Zowel kinderen als volwassenen kunnen behoefte hebben aan een aanvulling van de totale communicatie. Het kan zijn dat iemand gebaren maakt en dat deze door de omgeving niet altijd worden begrepen. Direct betrokkenen begrijpen de gebaren, maar zodra de leefwereld groter wordt komt een kind meer mensen tegen die zijn of haar manier van communiceren niet goed begrijpen. Ook kan iemand motorisch beperkt zijn waardoor gebaren maken of het aanwijzen van plaatjes niet meer mogelijk is.
Soms is er twijfel vanuit de omgeving, familie of betrokken personeel.
Twee vragen die ik als adviseur soms gesteld krijg zijn:
1. Is een communicatiehulpmiddel wel nodig?
2. Waar beginnen we aan?
Ja, het is zeker nodig. Een hulpmiddel kan iemand de kans geven op meer zelfredzaamheid en een zinvolle dagbesteding op het gebied van werk en vrije tijd. De communicatie tussen de persoon en zijn of haar omgeving zal verbeteren en de integratie in de samenleving bevorderd.
Op de vraag “waar beginnen we aan” is het antwoord: een lang oefentraject. Iemand met een verstandelijke beperking zal minder uit zichzelf een hulpmiddel gaan gebruiken. Een communicatiehulpmiddel werkt bij hem niet als een soort Plug and Play apparaat wat gelijk gebruikt wordt. Men moet zelf initiatief leren nemen, keuzes leren maken, leren vragen om hulp en aandacht, informatie leren geven etcetera. Dit gaat allemaal niet vanzelf, hoewel wij dat soms wel verwachten. In samenwerking met alle betrokkenen, zowel personeel als familie, moet er een stappenplan opgesteld worden zodat de gebruiker langzaamaan groeit naar het kunnen gebruiken van een hulpmiddel. Naast een opsomming van diverse hulpmiddelen willen we met een casus laten zien hoe men een gebruiker, in dit geval Ellen met het syndroom van Down, leert omgaan met haar hulpmiddel, de Touchy.

Soorten hulpmiddelen.
Er bestaan vele soorten hulpmiddelen voor ondersteuning van de communicatie, computeraanpassingen en hulpmiddelen voor omgevingsbediening.
Voor beginners met een laag niveau is het raadzaam om te starten met actiereactie materiaal.
Als de gebruiker een knop indrukt of iets aanwijst gebeurt er iets in de omgeving. In het vorige nummer van Kom Com (herfst 2006) is al uitgebreid geschreven over speelgoed wat men kan aanpassen, zoals een hondje wat gaat wandelen door het indrukken van een schakelaar. Een andere variatie is het bedienen van de verlichting, zoals de kerstboomverlichting, of het aanzetten van de televisie.
Ook leuk is het gebruik van een knop die als muis fungeert. Met deze éénknopsbediening kun je eenvoudige spelletjes op de computer laten spelen. Een ander voorbeeld is het gebruik van PowerPoint. Hiermee kan de gebruiker zelf foto’s kijken met ingesproken tekst of liedjes. Ook kan men prentenboeken inscannen en de teksten inspreken. Dit zijn allemaal oefeningen met actiereactie en een voorbereiding op het leren gebruiken van een communicatiehulpmiddel.
Een geschikt communicatiehulpmiddel in deze fase is de One-Step communicator, uiteraard als onderdeel van de totale communicatie (klanken, lichaamstaal, gebaren, plaatjes). Hierin kan één boodschap ingesproken worden. Voorbeelden van boodschappen zijn: ‘nog een hap’, ‘kom eens even’, ‘wil je me kietelen’, ‘hallo’, ‘ik heb een nieuwtje’. Een variant op deze One-Step is de Step-by-Step communicator waarin een serie boodschappen wordt opgenomen zoals de regels van een liedje of een gesprek zoals ‘hallo, hoe gaat het met je, met mij gaat het goed’.
Als de gebruiker dit snapt kan men een stapje verder gaan, namelijk het leren maken van keuzes. Laat bijvoorbeeld kiezen uit broodbeleg, speelgoed of de favoriete dvd’s. Koppel plaatjes aan het broodbeleg en laat dan het broodbeleg weg. Ook kunnen deze pictogrammen geplaatst worden in een communicatiehulpmiddel, zoals de GoTalk, MessageMate of de My-Voice Portable.
Veel communicatiehulpmiddelen bieden de mogelijkheid om meerdere themakaarten te gebruiken, zoals een kaart voor thuis, een kaart voor school en een kaart met broodbeleg. Hierbij wordt de bijbehorende spraak geactiveerd.
Voor gevorderden is er het dynamische communicatiehulpmiddel. Met dit scherm kan de gebruiker zelf wisselen tussen de verschillende thema’s. Er kunnen zowel foto’s als pictogrammen geplaatst worden. De gebruiker moet wel in staat zijn om te categoriseren, dat wil zeggen het kunnen denken in thema’s. Als de gebruiker kan spellen proberen we of een hulpmiddel met typefunctie geschikt is. Hierbij wordt de tekst door een synthesizer omgezet naar spraak.


Printerversie


Gebruikers story